Grubbe Baardkriel

 

Herkomst : De Grubbe baardkriel is de enige van de zes Belgische baardjes die niet genoemd is naar een gemeente maar naar een villa. Deze kriel is niets anders dan een staartloze Antwerpse baardkriel. Ze zijn toevallig ontstaan in de fokkerij van Robert Pauwels te Everberg begin vorige eeuw. Pauwels heeft met deze enkel staartloze diertjes verder gefokt en zo een nieuw ras gevormd. Het ras heeft echter een zeer wispelturige geschiedenis gekend. Het verdween na WO I, dook terug op in 1945, verdween opnieuw in 1947 en verscheen opnieuw ten tonele in 1972. Sindsdien kent het ras zijn hoogten en laagten. In de tweede helft van de jaren negentig was er een heuse opleving maar de laatste jaren gaat het alweer wat minder.

Eigenschappen : Deze kriel is door zijn zeer rustige en vriendelijke karakter geschikt om in beperkte ruimte gehouden te worden. Ze zijn gemakkelijk handtam en heel aanhankelijk maken. De hennetjes leggen kleine witte eitjes en broeden die zelf uit. De kloekjes zijn zeer goede moeders. De bevruchting laat soms wel te wensen over.

Uiterlijke kenmerken : De Grubbe baardkriel is niets anders dan een Antwerpse baardkriel met een bolstaart. Dat wil zeggen dat de staartwervels en de staartstuurveren ontbreken. De romp is achteraan mooi afgerond en afgedekt door het zadelbehang.

Kleurslagen : De Grubbe is erkend in dezelfde kleurslagen als de Antwerpse baardkriel maar de meeste daarvan komen niet meer voor. De meeste Grubbe baardkrielen  zijn kwartel of blauwkwartel. Een enkele keer ziet men ook nog wel eens een zwarte, parelgrijze of de geparelde variant hiervan. Alle andere kleurslagen zijn uiterst zeldzaam.

Status : Zeldzaam tot zeer zeldzaam. Wordt zowel in Vlaanderen als Wallonië gefokt. Komt ook af en toe voor in Nederland. Elders onbekend. 

Gewicht:
Haan: 600-700 Gram
Hen: 500-600 Gram 

Ringmaat:
Haan: 11 mm

Hen: 9 mm

 

Maak een Gratis Website met JouwWeb